2017-09-12 Opiniërende raadsvergadering

Participatie, lastig onderwerp voor de politiek en ‘zomaar’ vanuit Den Haag op het bordje van de gemeente gelegd. De participatiewet is een vangnet van het sociale zekerheidsstelsel en legt de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt. Dit station de participatiewet. Hierop werd in de gemeente een zogenaamde veegronde gehouden. Dit zijn aanpassingen die het college wil doorvoeren omdat zij “dit nodig acht”.

Deze veegronde had dit keer meer weg van een hangmat, zulke grote veranderingen zijn hier doorgevoerd. De wethouder is hier in als zijn goedheid en piëteit naar de bijstandsgerechtigden voorbij gegaan aan al die mensen in deze gemeente die het minimum loon of net daarboven verdienen en die wel alle belastingen en kosten moeten betalen en onder de streep minder overhouden dan een bijstandsuitkeringsgerechtigde en die hier ook aan moet meebetalen. Aan deze mensen is niet uit te leggen dat diegenen die een bijstandsuitkering ontvangen en zich niet aan de regels houden dat er maar een minimum aan boetes wordt opgelegd en dat er zoveel rekening met hen wordt gehouden.

Verlaging van de boete daar kunnen we mede leven, maar straf dient ook om af te schrikken en om duidelijk te maken dat sommige dingen niet acceptabel zijn. Dat doe je niet met een maand.

Mensen hebben rechten en hebben plichten.

We hebben de wethouder daarom gevraagd waarom artikel 12, Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, is veranderd van het wettelijk maximum in het wettelijk minimum. Verlaging van de bedragen akkoord, (van een kale kip kun je niet plukken) maar dan moet wel de termijn als zodanig gehandhaafd blijven. Dit is nu geen afdoende straf. Het gaat om het besef van verantwoordelijkheid, dat is de issue. Het gaat om belastinggeld van alle burgers. We moeten er daarom van op aan kunnen dat de bijstand niet als die spreekwoordelijke hangmat gebruikt wordt. En dat kan alleen wanneer er sancties worden geheven.

Bij de aanpassingen van de Reïntegratieverordening Participatiewet bij artikel 2, evenwichtige verdeling en financiering, hebben wij de wethouder gevraagd waarom de toevoeging “in verband met financiële mogelijkheden dan wel maatschappelijke, economische of conjuncturele ontwikkelingen” is toegevoegd. Bij ministeriële regeling kan jaarlijks per gemeente het minimum aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen in beschut werk worden bepaald. We hebben de wethouder gevraagd aan te geven hoeveel dit minimum is voor onze gemeente.

Toen ik het algemene stukje las van de Verordening individuele studietoeslag las ik dat wij als raad op 14 oktober 2014 bij het vaststellen van de verordening de bevoegdheid over het vaststellen van hoogte en frequentie uit handen hebben gegeven aan het college? —Maar het maken van beleidsregels door het college kan leiden tot willekeur en moet mijns inziens een taak van de raad zijn en blijven.—. Aangezien hier ook een nieuw artikel is toegevoegd en wij als raad ook krachtens de Participatiewet de beleidsregels op moeten stellen zouden we dit nu eventueel kunnen rechttrekken bij artikel 5. Willen wij, met de kennis van nu, als raad het college deze beleidsregels laten opstellen voor uitvoering van deze verordening of trekken we deze bevoegdheid weer naar ons toe.

  • Op grond van artikel 8 van de Participatiewet stelt de raad de regels. Dit is geen bevoegdheid van het college.

Helaas kon de wethouder geen antwoord geven op diverse vragen, zelfs niet op cijfers die toch bij hem bekend moesten zijn. Jammer, want wij moeten toch kunnen controleren wat de wethouder nu onmogelijk maakt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.